Artikel 1
Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
Werknemer:
degene die krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht of publiekrechtelijke aanstelling arbeid verricht of heeft verricht dan wel degene die anders dan uit dienstbetrekking arbeid verricht of heeft verricht.
Werkgever:
IBN⁶ , welke krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht arbeid laat verrichten of heeft laten verrichten dan wel anders dan uit dienstbetrekking arbeid laat verrichten of heeft laten verrichten.
Vermoeden van een misstand:
Het vermoeden van een werknemer, dat binnen de organisatie waarin hij werkt of heeft gewerkt of bij een andere organisatie indien hij door zijn werkzaamheden met die organisatie in aanraking is gekomen, sprake is van een misstand voor zover:
1e. het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de werknemer bij zijn werkgever heeft opgedaan of voortvloeien uit de kennis die de werknemer heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij een ander bedrijf of een andere organisatie, en
2e. het maatschappelijk belang in het geding is bij⁷:
- De (dreigende) schending van een wettelijk voorschrift, waaronder een (dreigend) strafbaar feit,
- Een (dreigend) gevaar voor de volksgezondheid,
- Een (dreigend) gevaar voor de veiligheid van personen,
- Een (dreigen) gevaar voor de aantasting van het milieu,
- Een (dreigend) gevaar voor het goed functioneren van de IBN organisatie als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten,
- Een (dreigende) schending van andere regels dan een wettelijk voorschrift,
- Een (dreigende) verspilling van overheidsgeld,
- (een dreiging van) het bewust achterhouden, vernietigen of manipuleren van informatie over de onder i t/m vii hierboven genoemde feiten.
Vermoeden van een onregelmatigheid⁸:
een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van een onvolkomenheid of ongerechtigheid van algemene, operationele of financiële aard die plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van de IBN organisatie en zodanig ernstig is dat deze buiten de reguliere werkprocessen valt en de verantwoordelijkheid van de direct leidinggevende overstijgt.
Adviseur:
een persoon die uit hoofde van zijn functie een geheimhoudingsplicht heeft en die door een werknemer in vertrouwen wordt geraadpleegd over een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid.
Vertrouwenspersoon:
degene die is aangewezen om als zodanig voor de organisatie van de werkgever te fungeren.
Ombudsman:
functionaris die als zodanig door de organisatie is aangewezen.
Afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders:
de afdeling advies van het Huis, bedoeld in artikel 3a, lid 2, Wet bescherming klokkenluiders.
Afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders⁹:
de afdeling onderzoek van het Huis, bedoeld in artikel 3a, lid 3, Wet bescherming klokkenluiders.
Melding:
de melding van een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid op grond van deze regeling.
Melder:
de werknemer die een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid heeft gemeld op grond van deze regeling.
Algemeen Directeur:
het orgaan of de persoon die de dagelijkse leiding heeft over de organisatie van de werkgever.
Raad van Commissarissen:
het orgaan dat binnen de organisatie van de werkgever toezicht houdt op de hoogst leidinggevende.
Commissie Misstanden:
degenen aan wie de Algemeen Directeur het onderzoek naar de misstand of onregelmatigheid opdraagt.
Externe instantie:
de instantie die naar het redelijk oordeel van de melder het meest in aanmerking komt om de externe melding van het vermoeden van een misstand bij te doen.
Externe derde:
iedere organisatie of vertegenwoordiger van een organisatie die naar het redelijk oordeel van de melder in staat mag worden geacht direct of indirect de vermoede misstand te kunnen oplossen of doen oplossen¹⁰.
Daar waar in deze regeling de hij-vorm wordt gebruikt, dient mede de zij-vorm te worden gelezen.
⁶ IBN Holding B.V. en alle daarmee verbonden bedrijven (50% of meer aandelen in bezit van IBN Holding B.V. of IBN bedrijven). Onder werkgever wordt tevens verstaan het Openbaar Lichaam Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant.
⁷ Volgens de Wet bescherming klokkenluiders is een maatschappelijk belang in ieder geval in het geding als er sprake is van een (gevaar voor) schending van het Unierecht (het recht van de Europese Unie). Zie ook toelichting bij dit artikel in deze regeling.
⁸ Deze regeling is ook van toepassing op een vermoeden van onregelmatigheid in het kader van integriteitsbeleid. Dit is een keuze van IBN en vloeit niet voort uit de Wet bescherming klokkenluiders.
⁹ De dienstverlening van de afdeling advies van het Huis is vertrouwelijk, onafhankelijk en gratis..
¹⁰ Onder omstandigheden kan de melder ook een derde, die geen externe instantie is, op de hoogte brengen van het vermoeden van een misstand. Zo’n externe derde kan bijvoorbeeld een minister, leden van de Tweede Kamer of een maatschappelijke organisatie zijn en in het uiterste geval kan dit de media zijn. De voorwaarden voor het zetten van deze stap en de rol van de externe derde is geregeld in artikel 13 lid 4 van deze regeling.