Artikel 9

Behandeling van de interne melding door de werkgever

  1. De Algemeen Directeur laat een onderzoek instellen naar het gemelde vermoeden van een misstand of onregelmatigheid, tenzij:
    1. het vermoeden niet gebaseerd is op redelijke gronden, of
    2. op voorhand duidelijk is dat het gemelde geen betrekking heeft op een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid.
  2. Indien de Algemeen Directeur besluit geen onderzoek in te stellen, informeert hij de melder daar binnen twee weken na de interne melding schriftelijk over. Daarbij wordt tevens aangegeven op grond waarvan de Algemeen Directeur van oordeel is dat het vermoeden niet gebaseerd is op redelijke gronden, of dat op voorhand duidelijk is dat het gemelde geen betrekking heeft op een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid.
  3. De Algemeen Directeur beoordeelt of een externe instantie als bedoeld in artikel 13 lid 3 van de interne melding van een vermoeden van een misstand op de hoogte moet worden gebracht. Indien de werkgever een externe instantie op de hoogte stelt, stuurt de Algemeen Directeur de melder hiervan een afschrift, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan¹³.
  4. De Algemeen Directeur draagt het onderzoek op aan de Commissie Misstanden die onafhankelijk en onpartijdig is, en laat het onderzoek in ieder geval niet uitvoeren door personen die mogelijk betrokken zijn of zijn geweest bij de vermoede misstand of onregelmatigheid.

    De Commissie Misstanden heeft tot taak een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid te onderzoeken en daaromtrent de Algemeen Directeur dan wel de Raad van Commissarissen van advies te dienen. De Commissie kan zelf onderzoek instellen of dit opdragen aan één van haar leden (waaronder de Ombudsman).

  5. De Commissie Misstanden bestaat uit de Directeur Bedrijfsvoering & Control en de Ombudsman. De Commissie Misstanden wordt ondersteund door het directiesecretariaat (Holding) en een ter zake (externe) deskundige.
  6. De Algemeen Directeur informeert de melder onverwijld schriftelijk dat een onderzoek is ingesteld en door wie het onderzoek wordt uitgevoerd. De Algemeen Directeur stuurt de melder daarbij een afschrift van de onderzoeksopdracht, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan.

De Algemeen Directeur informeert de personen op wie een melding betrekking heeft over de melding en over het op de hoogte brengen van een externe instantie zoals bedoeld in lid 3, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang


¹³ Toelichting: de zinsnede “tenzij daartegen ernstige bezwaren bestaan” brengt tot uitdrukking dat dit alleen in een uitzonderlijke situatie aan de orde zal zijn. Bij de afweging of daar sprake van is, zal IBN moeten meewegen:

  • dat de melder een gerechtvaardigd belang heeft om na te kunnen gaan of de kennisgeving aan de externe instantie goed en zorgvuldig geschiedt, en
  • dat de melder een geheimhoudingsplicht heeft tegenover de werkgever en de werkgever van de melder mag verwachten dat hij met alle gegevens en documenten die verband houden met de melding zorgvuldig omgaat.

Indien desalniettemin tegen het zenden van een afschrift aan de melder ernstige bezwaren bestaan, stuurt IBN de melder een samenvatting waarin de informatie waartegen de ernstige bezwaren bestaan wordt weggelaten.