Partnership IBN en gemeenten

De gemeenten in het noordoosten van Noord-Brabant kennen een lange en succesvolle samenwerking met IBN als uitvoeringsorganisatie van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Met de komst van de Participatiewet in 2015 is de instroom in de Wsw gestopt en is de samenwerking vernieuwd. Vanaf 1 januari 2017 is het partnership voor de uitvoering van de Participatiewet tussen toen nog 11 gemeenten en IBN van kracht. Op 1 juli 2021 is het vernieuwde partnership met de gemeenten ingegaan.

Het partnership omvat een breed basispakket voor alle gemeenten en een pluspakket waar gemeenten naar eigen behoefte gebruik van kunnen maken. Het basispakket bevat voortrajecten en expertise en plaatsing in (tijdelijke) dienstverbanden bij IBN (van mensen met een loonwaarde tussen de 30% en 100%, vraag- en aanbodgestuurd). Hiermee geeft IBN invulling aan zowel de springplankfunctie, als de structurele plek en terugvalfunctie in de parallelle arbeidsmarkt. Het pluspakket omvat dienstverlening zoals inburgeringstrajecten, maatwerktrainingen zoals het startprogramma Talent in Beeld en Ontwikkelgerichte Arbeidsmatige Dagbesteding (OAD).

Resultaten

In 2024 zijn er 282 mensen aangemeld voor het basispakket, van wie 38 voor een vso-/pro-stage. Dit is het eerste jaar waarin inzichtelijk is gemaakt hoeveel aanmeldingen van het totaal aantal aanmeldingen voor het basispakket vso-/pro-stages betreffen. Met 282 aanmeldingen zijn er iets minder mensen aangemeld voor het basispakket dan in 2023 (288). 163 Mensen zijn in 2024 gestart in een dienstverband bij IBN, wat tevens de start is van het ontwikkeltraject in een werkleerlijn. Dit aantal is nagenoeg gelijk aan het aantal mensen dat in 2023 startte in een dienstverband bij IBN (165).

De bij IBN aangemelde kandidaten zijn veelal aangewezen op een werkplek binnen de infrastructuur van IBN. Dit betekent dat zij passend werkaanbod en begeleiding binnen de beschermde omgeving van IBN nodig hebben. Er zijn in de periode 2017/2024 in totaal 2.015 kandidaten met een afstand tot de arbeidsmarkt door de gemeenten aangemeld voor ondersteuning in de ontwikkeling naar werk. In de periode van 2017 tot en met 2024 zijn 1.171 PW-kandidaten (van wie 163 personen in 2024) gestart in een dienstverband bij IBN.

Om de ontwikkel- en uitstroomopdracht te realiseren, zijn binnen IBN de praktijkgerichte werkleerlijnen ingericht en wordt er doelgericht en methodisch gewerkt aan de ontwikkeling van de basis-, werknemers- en vakvaardigheden van de medewerkers. In 2024 zijn in totaal 109 ontwikkeltrajecten afgerond. Hiervan zijn 65 mensen duurzaam aan werk geholpen: 52 mensen hebben een vast dienstverband bij IBN gekregen en zijn daarmee in de kernbezetting van IBN opgenomen en 13 personen hebben een dienstverband bij een reguliere werkgever gekregen, onder wie 2 personen een regulier dienstverband bij IBN. Van de 52 dienstverbanden in de kernbezetting van IBN hadden 51 personen geen regulier uitstroomprofiel (een uitstroomprofiel wordt bij de start van het talentenprogramma bepaald). Van de 13 personen die een dienstverband bij een reguliere werkgever hebben gekregen, hadden 9 mensen geen regulier uitstroomprofiel. Toch heeft IBN deze mensen naar een dienstverband bij een reguliere werkgever kunnen bemiddelen. Een aanzienlijk groot deel van de mensen dat bij IBN wordt aangemeld, heeft dus geen uitstroomprofiel naar een regulier dienstverband.

In 2024 zijn 20 kandidaten na een voortraject rechtstreeks aan de slag gegaan bij een reguliere werkgever zonder dat daaraan een dienstverband bij IBN vooraf is gegaan. Ook zijn er 41 trajecten afgerond om andere redenen: 2 op eigen verzoek, 37 omdat het traject nog niet passend was en 2 vanwege verhuizing.

Het is in het verslagjaar niet gelukt om vraaggestuurd kandidaten te helpen. Een vraaggestuurde kandidaat is iemand die de werknemersvaardigheden op orde heeft, niet is aangewezen op een voortraject en aan de functie-eisen van een vacature voldoet. Doelstelling was om 20 van de nieuwe dienstverbanden in 2023 en 2024 in te vullen door vraaggestuurd werken. In 2024 is er, evenals in 2023, geen dienstverband vraaggestuurd ingevuld. Dit onderwerp is meegenomen bij de evaluatie van het partnership in 2024 en in de bestuurlijke opdracht voor de doorontwikkeling van het partnership naar 2035.

Evaluatie partnership

In oktober 2024 is het bestuurlijk overleg van het partnership akkoord gegaan met de evaluatie 2023 en 2024. Deze evaluatie leverde mooie inzichten op. Er is geëvalueerd op hoe de samenwerking in de uitvoeringsregio’s verloopt en wat de stand van zaken van de actiepunten uit het voorstel 2023/2024 is. Ook is de inhoud van de basisdienstverlening geëvalueerd, zijn bestaande afspraken verhelderd/aangescherpt en zijn er financiële afspraken voor 2025/2026 gemaakt.

Belangrijkste inzichten

Bij de totstandkoming van het vernieuwde partnership in 2021 konden uitvoeringsregio’s kiezen voor verschillende scenario’s in de samenwerking. Het belangrijkste verschil tussen de scenario’s is de wijze van samenwerken: in het ene scenario is er een netwerkrelatie waarbij gezamenlijk overleg op 4 niveaus is ingericht voor product- en procesontwikkeling. De uitvoeringsregio’s Land van Cuijk, Maashorst en Oss kozen voor scenario. In het andere scenario is er een samenwerkingsrelatie waarbij ook werkprocessen in elkaar geschoven (geïntegreerd) zijn en er een geïntegreerd team ontstaat. Per uitvoeringsgebied kan de mate waarin dit gebeurt, verschillen. De gemeenten Meierijstad (Veghel), Bernheze en Boekel kozen voor dit scenario: de samenwerkingsrelatie. Bij de evaluatie in 2024 is geanalyseerd wat de verschillen in de samenwerking in de praktijk zijn. Gebleken is dat de samenwerking in de praktijk vooral wordt bepaald door de manier waarop IBN en gemeenten op tactisch en uitvoerend niveau met elkaar werken. Het gekozen scenario is daarop minder van invloed.

In de afgelopen 2 jaar is veel ontwikkeld binnen het partnership, is goed naar elkaar geluisterd en zijn diverse verbeteringen doorgevoerd. Samen met gemeenten heeft IBN vanuit een behoefte aan extra dienstverlening pluspakketdiensten opgezet. Dit zijn - anders dan de diensten in het basispakket - extra diensten die gemeenten naar eigen inzicht kunnen afnemen bij IBN. Hierdoor is de samenwerking met de verschillende uitvoeringsregio’s geïntensiveerd en versterkt. Een gezamenlijke aanpak vanaf de start bij de ontwikkeling van de dienstverlening wordt als erg prettig ervaren.

Voor wat betreft de inhoud van het basispakket is afgesproken om dit in 2025 en 2026 ongewijzigd te laten en te blijven investeren in een gelijkwaardig partnership tussen de gemeenten en IBN.