3.Dienstverlening basispakket

Het basispakket omvat de werkleerlijnen en de voortrajecten van IBN.

De werkleerlijnen van IBN

IBN Talentprogramma

Het ontwikkelen van talenten van kandidaten vinden wij belangrijk. Dat doen we door het werk in de praktijk uit te leggen en te laten ervaren. Bij IBN geloven we dat velen het beste leren door het werk te dóen. Het IBN Talentprogramma bestaat uit verschillende fasen en omvat modules rondom werknemersvaardigheden en vakvaardigheden. Bij diegene voor wie dat nodig is, wordt gewerkt aan het verbeteren van de basisvaardigheden. De kandidaat begint meestal in een proefplaatsing. Daarna volgt een ontwikkeltraject met een tijdelijk dienstverband: de kandidaat gaat dan leren en werken in één van de werkleerlijnen van IBN.

Periodiek zijn er evaluatiemomenten met de kandidaat, waarin de ontwikkeling in het werk besproken wordt. Die ontwikkeling wordt zichtbaar gemaakt op de talentenkaart. Bij elk evaluatiegesprek krijgt de kandidaat een nieuwe talentenkaart. De klantmanager van de gemeente ontvangt een kopie van deze talentenkaart en een korte toelichting op de algehele voortgang.

Het werken via de werkleerlijn is een opstap naar een baan, binnen of buiten IBN. Het ontwikkeltraject eindigt met een vast contract bij één van de bedrijfsonderdelen van IBN of een contract bij een reguliere werkgever. Dit kan ook bij IBN zijn. Dat moment wordt gevierd met het talentenpaspoort. Hierop staan alle vaardigheden van de kandidaat benoemd. Ook staan hier de (mbo)verklaringen of certificaten op die de kandidaat heeft behaald.

De acht werkleerlijnen van IBN

We geven kandidaten de kans zich te ontwikkelen naar een passende baan. Door middel van leren in de praktijk én met begeleiding vanuit IBN kijken we heel praktisch hoe we kandidaten kunnen opleiden binnen een werkleerlijn. Bij IBN hebben we de volgende werkleerlijnen:

  • Medewerker Co-packing
  • Medewerker Logistiek
  • Medewerker Assemblage
  • Medewerker Kwekerij
  • Medewerker Schoonmaak
  • Medewerker Groenvoorziening
  • Medewerker Hospitality
  • Medewerker Detachering (individuele werkleerlijn)

In alle werkleerlijnen wordt naast de vakvaardigheden ook gewerkt aan werknemersvaardigheden en basisvaardigheden. Verderop in deze catalogus staan per werkleerlijn de vakvaardigheden benoemd. Hieronder staan de belangrijkste werknemers- en basisvaardigheden. Voor iedere medewerker wordt vastgesteld over welke vaardigheden de medewerker al beschikt en welke vaardigheden verder ontwikkeld kunnen worden.

Belangrijke werknemersvaardigheden

De medewerker:

  1. Houdt zich aan de huisregels van de werkgever en komt gemaakte afspraken na: kent de geldende huisregels en handelt daarnaar en houdt zich aan mondelinge en/of schriftelijke gezamenlijk gemaakte afspraken.
  2. Kan zich voldoende uitdrukken in de Nederlandse taal: is in staat om, in eenvoudige en korte zinnen, vragen te stellen en te beantwoorden.
  3. Kan wisselen van (productie)doel: is in staat om te schakelen in taak of opdracht zonder dat het werk stagneert.
  4. Toont motivatie om te leren/werken: doet meerdere pogingen om (nieuwe) taken/werkzaamheden onder de knie te krijgen en stelt hierbij gerichte vragen.
  5. Houdt gedachten goed bij het werk: laat zich niet snel afleiden door omgevingsfactoren.
  6. Kan werken onder tijds-en tempodruk: verdeelt energie over de dag om het voor hem/haar maximale resultaat te behalen.
  7. Gaat respectvol om met leidinggevenden en collega’s: accepteert verschillen tussen mensen en maakt storend gedrag bespreekbaar.
  8. Kan omgaan met feedback van leidinggevenden en collega’s: laat zien dat hij/zij luistert, kijkt hierin naar zichzelf en doet er iets mee.
  9. Werkt goed samen met anderen: laat zien dat hij/zij overlegt, helpt indien nodig en gewenst, en draagt mede verantwoordelijkheid voor het gezamenlijk einddoel.
  10. Is in staat zelfstandig de werkzaamheden uit te voeren (na instructie): kan een opgedragen taak of opdracht uitvoeren zonder extra instructie of controle.

De basisvaardigheden

Nederlandse Taal

  • Luisteren en begrijpen van de Nederlandse taal: kan zichzelf redden in de meeste situaties die in én rondom het werk voorkomen.
  • Spreken van de Nederlandse taal: kan zichzelf voorstellen en een korte beschrijving geven van (dagelijkse) ervaringen en gebeurtenissen.
  • Lezen van de Nederlandse taal: kan korte instructies lezen en begrijpen.
  • Schrijven in de Nederlandse taal: kan een kort formulier invullen, uren schrijven, een app-bericht of een e-mail schrijven.

Rekenen

  • Heeft basiskennis van berekeningen met gehele getallen, breuken en decimale getallen.
  • Kan basisberekeningen uitvoeren met bijvoorbeeld procenten.
  • Kan werken met maten (lengte, oppervlakte, inhoud en gewicht).

Digitaal

  • Kan werken met een smartphone (bijvoorbeeld informatie opzoeken op de Ons IBN app).
  • Kan uren schrijven via de computer of smartphone.
  • Kan communiceren met andere personen of instanties via de ‘digitale weg’ zoals e-mailen, appen of leren via de computer zoals www.oefenen.nl
  • Kan informatie, bijvoorbeeld vacatures, vinden op het internet